Bereken het verbruik van een apparaat
Pas de vier velden aan; de uitkomst verandert direct.
Fictief startvoorbeeld: 1.000 W, 2 uur per dag, 30 dagen en €0,30/kWh geeft 60 kWh en €18,00. Dit zijn rekenwaarden, geen gemiddeld apparaat of aanbevolen stroomprijs.
Een thermostaat of wisselende belasting kan het vermogen laten variëren. Gebruik het gemiddelde over precies de uren die je invult; meet dit zo nodig met een energiemeter.
Voor 30 gebruiksdagen: 60 kWh en € 18,00. Per gebruiksdag: 2 kWh en € 0,60.
Uitkomst voor 30 gebruiksdagen
- Verbruik in de gekozen periode
- 60 kWh
- Stroomkosten in de gekozen periode
- € 18,00
- Per gebruiksdag bij 2 uur
- 2 kWh · € 0,60
Alleen verbruik × jouw stroomprijs. Vaste kosten en andere posten van je energierekening vallen buiten de berekening.
Zo is het berekend
- 1.000 W ÷ 1.000 = 1 kW.
- 2 uur per dag × 30 dagen = 60 uur.
- 1 kW × 60 uur = 60 kWh.
- 60 kWh × €0,3/kWh = € 18,00.
Verbruik en kosten worden voor weergave afgerond; de berekening gebruikt de ongeronde waarden.
| Uren per dag | Verbruik kWh | Kosten € |
|---|---|---|
| 1 | 30 | € 9,00 |
| 2Jouw invoer | 60 | € 18,00 |
| 4 | 120 | € 36,00 |
| 8 | 240 | € 72,00 |
Alleen de gebruiksduur per dag verandert. Het gemiddelde elektrische vermogen, aantal dagen en de stroomprijs blijven gelijk.
Watt is vermogen, kWh is verbruik
Watt (W) geeft aan hoe snel een apparaat op een moment elektrische energie gebruikt. Kilowattuur (kWh) beschrijft hoeveel energie het over een tijdsduur gebruikt. 1.000 W is 1 kW vermogen. Een apparaat dat één uur lang gemiddeld 1 kW opneemt, gebruikt 1 kWh energie. Zonder gebruiksduur kun je watt dus niet omzetten naar kWh: een uur en een hele dag leveren bij hetzelfde vermogen verschillende uitkomsten op.
Zelf stroomverbruik en kosten berekenen
Deel eerst het elektrische vermogen in watt door 1.000. Vermenigvuldig vervolgens met de gebruiksuren per dag en het aantal gebruiksdagen. Deze opbouw sluit aan bij de verbruiksberekening van Vattenfall. Voor de kosten gebruik je daarna je eigen prijs per kWh. De calculator toont ook het verbruik en de kosten per gebruiksdag; dat is een dag met het ingevulde aantal uren.
Kies de periode bewust. Gebruik je een apparaat alleen op tien dagen, vul dan tien dagen in. Dertig gebruiksdagen betekenen niet vanzelf een kalendermaand. De vergelijking houdt vermogen, prijs en dagen gelijk en verandert alleen de uren per dag. Zo zie je het effect van korter gebruik zonder een ander apparaat of tarief te veronderstellen.
Rekenvoorbeeld: 1.000 watt, twee uur per dag
Neem een fictief apparaat dat tijdens gebruik gemiddeld 1.000 W elektrisch opneemt. Je gebruikt het twee uur per dag, op dertig dagen. Dan is de som: 1.000 ÷ 1.000 × 2 × 30 = 60 kWh. Bij een fictieve stroomprijs van €0,30 per kWh zijn de verbruikskosten 60 × €0,30 = €18,00 voor die dertig dagen. Per gebruiksdag is dat 2 kWh en €0,60. De startwaarden hierboven volgen precies dit voorbeeld.
Dit bedrag omvat uitsluitend de berekende energie tegen de ingevulde prijs. De tool telt geen vaste leveringskosten, netbeheerkosten of andere rekeningposten op. Bij wisselende prijzen is één ingevulde prijs een vereenvoudiging. De uitkomst is daarmee een verbruiksscenario voor dit apparaat, geen voorspelling van je energierekening.
Welk vermogen vul je in?
Vul het gemiddelde elektrische vermogen tijdens de ingevulde uren in. Het maximum op een typeplaatje hoeft dat gemiddelde niet te zijn. Een apparaat met een thermostaat schakelt tussendoor uit of terug; ook een andere stand kan het verbruik veranderen. De calculator rekent geen automatische aan-uitverhouding. Combineer daarom geen maximaal vermogen met alle aangesloten uren als het apparaat niet voortdurend op dat vermogen werkt.
Milieu Centraal adviseert een energiemeter om het verbruik van een stekkerapparaat te meten. Meet een representatieve gebruiksperiode, inclusief de onderbrekingen die je wilt meetellen. Uit gemeten kWh kun je het gemiddelde terugrekenen: kWh ÷ meeturen × 1.000 = W. Gebruik in de calculator vervolgens uren met hetzelfde gebruikspatroon; een piekmeting zegt weinig over een hele dag.
Fictief sluipverbruik: 5 watt, dag en nacht
Stel uitsluitend als rekenvoorbeeld dat een apparaat continu 5 W in stand-by gebruikt. Over 24 uur per dag en 365 dagen is dat 5 ÷ 1.000 × 24 × 365 = 43,8 kWh. Dit is geen gemiddelde voor een apparaatsoort. Meet je eigen stand-byverbruik en controleer of het gedurende de gekozen periode gelijk blijft. Voor actieve uren met een ander vermogen maak je een aparte berekening; tel de energie daarna op zonder dezelfde uren dubbel te tellen.
Veelgestelde vragen over stroomverbruik
Kan ik een energielabel in kWh direct als watt invoeren?
Nee. Een label met kWh per jaar of per aantal cycli geeft energie voor een bepaalde testperiode. Watt is vermogen. Gebruik de bijbehorende test- en gebruiksgegevens om zo’n label te interpreteren, of meet je eigen gebruik. Voer een energiegetal niet rechtstreeks in het vermogensveld in.
Kan ik hiermee een airco of warmtepomp doorrekenen?
Alleen als je het gemiddelde elektrische opgenomen vermogen kent. Koelvermogen en verwarmingsvermogen beschrijven warmteoverdracht, geen stroomopname. Gebruik bij thermisch koelvermogen de aircoverbruikcalculator met EER. Voor een jaarberekening vanuit warmtevraag past de warmtepompcalculator met seizoensprestatie.
Waarom wijkt mijn meting af van de rekensom?
De som houdt het gemiddelde vermogen en gebruikspatroon gelijk. Een thermostaat, andere instellingen of langere gebruiksuren veranderen dat uitgangspunt. Controleer eerst of je meting dezelfde periode en bedrijfsstanden omvat. Onze rekenmethodiek licht de aannames en grenzen toe.
Bronnen en controle
- Vattenfall: verbruik berekenen met vermogen en gebruiksduur
- Milieu Centraal: apparaatverbruik meten met een energiemeter
Controleer tijdgevoelige prijzen en voorwaarden bij de oorspronkelijke bron voordat je een besluit neemt.
